GUY DAVIS - AARSCHOT - 20/03/15

Artiest info
Website  
 

AARSCHOT - 20/03/15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Guy Davis groeide op in NYC, maar vond zijn muzikale inspiratie o.a. in het Zuiden bij zijn grootouders. Davis leerde zelf gitaar spelen en leerde vooral van anderen, door te kijken hoe zij speelden. Muziek maar ook acteren en schrijven zit in zijn bloed, wat hem enkele film / TV / musical rollen en meerdere prijzen opleverde. In 1993 speelde hij de rol van Robert Johnson en in 1994 de one-man show “The Adventures of Fishy Waters”. In 1995 won Davis met de film “To Be A Man” (waarin hij meespeelde en waarvoor hij de muziek mee schreef) een Emmy Award.

De voorbije twee decennia is Davis vooral met muziek bezig. In het najaar van 1995 bracht Davis zijn Red House Records debuut album “Stomp Down Rider” uit. In 1996 volgt “Call Down the Thunder”, een tribute album aan al de blues mannen, die hem voorgingen. In 2000 wordt “Butt Naked Free” (Red House Records) uitgebracht met als producer John Platania (ex gitarist Van Morrison). In de band speelden guitarist Levon Helm (The Band), multi-instrumentalist Tommy “T-Bone” Wolk (Hall & Oates, Carly Simon), drummer Gary Burke (Joe Jackson) en bassist Mark Murphy mee. In 2003 opent Guy Davis tijdens de tour die Ian Anderson (Jethro Tull) maakte.

Samen met de Italiaanse mondharmonica virtuoos Fabrizio Poggi bracht Davis in 2013 het album “Juba Dance” (met onder meer gastbijdragen van “The Blind Boys of Alabama” en Lea Gilmore) uit. Het leverde Guy Davis tijdens de 35ste ‘Blues Music Awards’ een nominatie op voor ‘Best Acoustic Artist’ en ‘Best Acoustic Album’. Ook in Europa werd “Juba Dance” uitstekend onthaald. Dit album is alweer een staaltje van ongebreideld kunnen. Guy Davis is het levende bewijs van hoe mooi pure blues wel kan zijn. Op 20/03/15 was Guy Davis met zijn maat Fabrizio Poggi geprogrammeerd in de Theaterzaal van het CC Centrum Het Gasthuis in Aarschot. Beiden verzorgden er een akoestische set. Wij van Rootstime maakten van de gelegenheid gebruik, om beide heren enkele vragen te stellen. Guy Davis was na het optreden de nog steeds “in goeden doen” en dat liet hij tijdens het interview ook blijken…

Mr. Guy Davis, je bent opgegroeid in NYC, maar je vond je muzikale inspiratie o.a. thuis en bij je grootmoeder. Hoe begon alles?

(Hij vangt aan met enige ondeugende vertwijfeling in zijn stem…) Geruchten zeggen, dat ik geboren ben in 1952… Wie kan het bevestigen?
(Ik merk op dat ik een broer heb die ook in 1952 geboren is en dat ik hem met één woord kan omschrijven als “bon vivant”…)
Ik ken het woord. Wij vertalen het als “he likes living”..

Ik groeide op in de omgeving van, kort bij NYC. Mijn muzikale inspiratie? Bij mijn grootmoeder, mijn ouders? Dat is voor een gedeelte waar. Blues werd thuis niet gespeeld. Mijn grootmoeder zong géén blues, maar heel oude spirituals.
Zo begon alles?
Ja. Grootmoeder had kwalitatief een hele goede stem. Haar stem klonk zoals die van de oude blues zangers op de buiten. Zij en mijn grootvader zongen, maar dat waren geen blues songs. Mijn grootvader zong “work” songs, waaruit later de blues ontstaan zijn. .  

Je bent niet alleen singer-songwriter, maar ook een acteur en schrijver. Soms moet je keuzes maken. Is dat niet moeilijk / beperkend voor je creativiteit? 

Als ik een naamkaartje zou hebben, met daarop alle dingen die ik doe, dan zou niemand dit kunnen begrijpen of lezen. Ik hou het daarom kort, met enkel de vermelding “Guy Davis, blues musician”. De andere dingen kan ik, indien nodig,  er nog altijd zelf bij vertellen.

Ben je soms verplicht keuzes te maken?
Dat is juist. Of dat mijn creativiteit enigszins beperkt? (Er volgt eerst een spontane zucht…) Ah!... Keuzes maken zijn noodzakelijk. Ja, ik ben creatief, iemand die dingen creëert. Als ik een nummer wil schrijven, dan schrijf ik éérst alles op, wat ik in me heb en voel. En, pas daarna gooi ik alle ballast weg. Ik schrap wat overbodig is. M.a.w. ja, ik moet me soms beperken. Ja, ik moet duidelijk maken, wat de song echt wil zeggen. Alle dingen die er niets mee te maken hebben, moeten (letterlijk) weggeveegd worden. De song moet duidelijk zeggen wat ik echt wil zeggen. Puur creatief wordt altijd veel te veel gezegd. (Davis haalt enkele voorbeelden aan) Als ik over seks zing, moet ik er bijvoorbeeld geen schoenen bijhalen. Ik heb moeten leren, hoe ik dingen moet toevoegen. Want de truc is, dat je pas mag toevoegen, als alle ballast verdwenen is.     

In de voorbije twintig Jaren ben je vooral met muziek bezig. Door wie ben je muzikaal beïnvloed?

Er zijn meerdere kanten van waaruit beïnvloeding komt. Als je naar de Mississippi kant kijkt, dan is er zonder twijfel de invloed van Robert Johnson. Maar er is ook een Chicago kant en dan denk ik aan Howlin’ Wolf. Maar, er zijn ook minder bekende artiesten als Tommy Johnson en Ishmon Bracey [Bracey (1901-1970) was een Amerikaanse zanger en gitarist, die beschouwd wordt als één van de eerste en belangrijkste delta blues artiesten. Samen met Tommy Johnson was hij de kern van een groepje zangers uit Jackson, MS, anno jaren ‘20. Zijn naam is vaak verkeerd gespeld als ‘Ishman’ / nvdr] Beiden zongen de heel oude blues. Zoals Blind Lemon Jefferson en Leadbelly [Huddy William Ledbetter (1885-1949) werd onder de naam Leadbelly bekend als zanger en gitarist / nvdr] dat heel, heel lang geleden deden...
In hun muziek was er iets, dat magisch was voor mij. Ik begrijp er niet alles van, maar ik probeer het te begrijpen. Ik probeer ze te interpreteren…

Als ik concerteer, dan breng ik songs, die het publiek kent. Ik wil dat ze de songs herkennen, zeker als ik in een ander land optreed, waar ze de taal niet spreken. Het publiek (her)kent de melodie van een blues nummer en weet wat er gezongen wordt. (Davis neuriet “Dust My Broom” van Elmore James als voorbeeld)  Maar ik doe ook songs, die ze niet zo goed kennen. Daar waar ze de taal niet kennen, doe ik meer fingerpicking en minder verhalen. Ik tracht steeds het geheel steeds aangenaam te houden.    

Je hebt al met heel veel muzikanten samen gewerkt. Zijn er artiesten of optredens, die je altijd zullen bijblijven? Die je niet zal vergeten?

(Davis knikt en reageert wat afwachtend, nadenkend…) Ja, ja… Er was in Amerika een optreden ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Robert Johnson verjaardag [(1911-1938) - Moet in 2011 geweest zijn]. David “Honeyboy” Edwards was de headline act en ik deed de opening act. Country / folk blues zanger Roy Book Binder was toen ook daar. Maar… (pauze) toen hij moest optreden, kwam Honeyboy helemaal niet opdagen. Misschien kon hij op een andere plaats meer verdienen?? Een blues man durft in zo’n situatie dan gewoon wegblijven!  We zullen het nooit weten waarom, want enkele maanden later stierf Honeyboy… Omdat niemand Honeyboy kon vervangen en ik de tijd wat moest rekken, vertelde ik het publiek wat meer over Honeyboy en wat ik van hem geleerd had. Om er een echt feest van te maken, had Honeyboy er moeten bij geweest zijn. Ik heb Honeyboy ooit ontmoet en kende hem en ik denk dat hij me ook kende… Dat was een heel bijzonder optreden.

Er was ook het optreden met blues man Howard Armstrong. Ze noemden hem “Louie Bluie”. Er is een documentaire over hem gemaakt in de jaren ‘80 [in 1985 door Terry Zwigoff / nvdr]. Howard had de gewoonte om bloemen te steken in de kop van zijn mandoline. Ik doe dat nu ook in de kop van mijn gitaar. Howard Armstrong [1909-2003] is ondertussen gestorven en zijn vrouw is ook al dood. Ik kende Howard een beetje. Het was een vriendelijk man. Hij speelde meer de “city” blues, maar ook country blues en spirituals... Howard speelde viool, mandoline, gitaar, piano… Hem zal ik nooit vergeten…

Hoe / waar heb je Fabrizio Poggi ontmoet? In een Italiaans restaurant?

(Hij denkt opnieuw even na…) Poggi ontmoete ik in elf jaren geleden in (wat twijfelend), ik ben er niet helemaal meer zeker van, Luzerne in Zwitserland of Lugano... Het was tijdens een festival. Hij heeft een band “Chicken Mambo” en die wou ik toen zeker zien optreden. We hebben elkaar daar ontmoet en gegroet. Ik ken hem ondertussen goed en ook zijn lieve vrouw Angelina. Als ik in Italië ben, of in Zwitserland, dan bezoek ik hen soms. Op de een of andere manier zijn we samen ergens geafficheerd geweest, hebben we samen gespeeld en hebben we nader kunnen kennis maken. We hebben daarna, toen we in Europa optraden, aan Fabrizio gevraagd om harmonica te komen spelen in onze tour band en zo is alles verder gegroeid. Ik speel zelf ook harmonica, maar niet zoals Fabrizio speelt. Hij is een hele goede, andere harmonicaspeler! Ik zelf speel meer “nieuwe” stijl harmonica, zoals o.a. Sonny Terry speelt. Fabrizio is gespecialiseerd in de harmonica. Wat we samen doen klopt.       

Zijn er nog artiesten met je zeker nog eens wil samenspelen?

O ja heel zeker! Een kleine jam met… Billy Branch... Of met “Sugar Blue”. Ik speelde al eens lang geleden in Italië denk ik, met “Sugar Blue” [aka NYC harmonicaspeler James Whiting / nvdr]. Ik ontmoette hem daarna opnieuw in de jaren ’70 in Washington Square in NYC.
Ik wil zeker wat meer doen met Billy Branch… En met Bob Margolin [ex Muddy Water’ band! / nvdr]. Margolin kan de gitaar spelen, zoals Muddy dat doet. De manier waarop hij de snaren raakt op een slide gitaar, helemaal Muddy! Bob en ik, we kunnen samen spelen. Ik kan hem dan backen en ik of Fabrizio speelt dan op harmonica… Heel zeker weten Bob Margolin!
Ik opende enkele keren voor Johnny Winter… Maar dat is een gans ander verhaal. Johnny Winter was een legende, maar werd geleefd door zijn entourage…
Ik opende ook al drie of vier keren voor BB King, wat ik nog eens zou willen doen.
Ik speelde al eens samen met Robert Jr. Lockwood… Sommigen noemen hem de stiefzoon van Robert Johnson [Robert Johnson leefde na zijn scheiding meer dan tien jaren samen met de moeder van Robert Lockwood / nvdr]
(Na wat onverstaanbaar gemompel begint Davis over) “The Rolling Stones”… Wat was de naam weer van de eerste bassist van de Stones?... [Brian Jones (1962-1969, verdronk toen hij 27 was / nvdr] (Nog wat gemompel… & over naar de volgende vraag!)

(Guy Davis heeft inderdaad nog een uitgebreide “want to play with” lijst…)

Je bent al vaak genomineerd geweest. Welke nominatie / award is speciaal voor jou? Meer waard?

Klopt, dikwijls. Independent awards… als (is de naam vergeten), de ‘Keeping the Blues Alive’ award (1993)…

Speciale awards?
Luister wat ik hier over denk. Als je een award wint, geeft dat je een goed gevoel. Je wordt immers beloond voor je beste werk. (Nadrukkelijk, langs zijn neus weg) Alhoewel, mijn beste, beste werk moet er nog komen.
Winnen is goed, want hierdoor wordt je meer gevraagd om op te treden en wordt er meer over je gepraat en geschreven. Het is goed dat je erkend wordt, waarvan ik uiteraard iedereen dankbaar ben.
Begrijp me goed. Ik ben de herontdekker van de blues en niet de uitvinder van de blues. Ik kan een origineel nummer schrijven, dat een blues patroon heeft, maar ik zal de herontdekker blijven.
Ik wil dit altijd goed doen en natuurlijk wil ik een award winnen. Ik zal altijd mijn best blijven doen, maar ik zal nooit de uitvinder zijn van de blues. Er zijn mensen, die altijd blues gezongen hebben en die als een blues man geleefd hebben en gestorven zijn, maar die nooit een award gekregen hebben!  

Je laatste album heet “Juba Dance”. Wat betekent de titel?

Juba is de naam van een Amerikaanse zwarte man, die rond 1800 geboren is als een vrij man, niet als een slaaf. Juba was een man die kon dansen. Meer weet ik niet over hem. Thuis in Nashville, heb ik een banjo met de naam ‘Juba’.
In mijn verbeelding doe ik mensen dansen, geef ik ze het gevoel dat ze dansen. “Juba Dance” is een feest, gelukkig zijn, een soort van viering.
Zoals ik al over mijn naamkaartje zei: blues is méér dan dat… Ik doe zelfs Bob Dylan songs!

Zijn er speciale en/of persoonlijke nummers op het album? Is “Black Coffee” zo’n nummer? Ik vind de uitvoering van Poggi heel speciaal!

“Did You See My Baby” vind ik heel speciaal en persoonlijk.
(Ik speel hierop in en noem zelf) En “Black Coffee”?…
OK, laten we eerst beginnen met “Black Coffee”… Fabrizio Poggi, die ook de producer van het album was, trok hiervoor met ons mee naar een studio in Bergamo in Italië. We werkten er dagen lang aan de opnamen. “Black Coffee” had ik al geschreven, voor we naar de studio trokken, maar zonder de uitgewerkte, specifieke harmonica partij. De harmonicapartij was toen nog niet volledig geschreven. Ik heb Fabrizio toen de vrije hand gegeven. Hij reageerde in de studio als het ware, als een man in een kooi. Als een slaaf van de muziek, die kon ontsnappen. Wat hij toen in de studio bracht, was ongelooflijk, een geweldige ervaring!... Het is geen moeilijk nummer, maar een nummer dat aan de muzikanten heel veel mogelijkheden biedt.

Ik noemde zelf ook al “Did You See My Baby”. Dit nummer is mijn tribute aan harmonica genie Sonny Terry. Tijdens de concerten doe ik dit nummer alleen (op harmonica, zonder Poggi). Op het album gebruik ik een gitaar en is het ook een beetje een eerbetoon aan Brownie McGhee. Niet dat ik wil spelen zoals hij dat zou gedaan hebben. McGhee speelde op zo’n klare en onmiskenbare wijze. (Hierna volgen nog een reeks van technische details over harmonica spelen…)
Sonny Terry is een groot harmonica genie, waarvan ik iets heb kunnen leren, maar nooit niet alles zal kunnen leren… Hem zal ik nooit kunnen backen. Vaak is wat ik doe erg goed, maar het zal altijd het werk van een student blijven… Maar, gelukkig kan je altijd leren! Mijn taak is blijven proberen en blijven experimenteren.

In het nummer “Love Looks Good On You” zing je: “Where’s the blues? Nobody knows…” Zingen daarom zoveel muzikanten de blues?

(Na een lange stilte…) Ik ga je het nu niet gemakkelijk maken.
Wanneer ik dit nummer en dit specifieke vers schreef (Davis herhaalt eerst nog eens de zin en het vervolg er op): “Where’s the blues, nobody knows. Love seems to pick you like a pile to the cloth…”. Het was in deze song, in dit vers de bedoeling te zeggen, dat het nu niet om blues, maar om liefde gaat: “Je ziet er goed uit als je lief hebt...” Het is eenvoudig weg de uitdrukking van een goed gevoel.

Ik was ooit in Frankrijk, in een park in Parijs, waar op een muur [10x4m], in alle talen [612x] de zin “Ik hou van je” staat [‘Le mur des je t’aime‘: Butte Montmartre, Place des Abbesses - Carré Jehan Rictus / nvdr]. Op die plaats in dat park, heb ik deze song gespeeld. De mensen kwamen naar me toe, dansten en filmden het optreden. De song was mijn excuus om mensen samen te doen zingen, omdat “love looks good on you…” (hij blijft de zin meerdere keren herhalen…) Het nummer wordt mooier als iedereen mee zingt!

Soms beeld ik me in, dat dit een gerecycleerd nummer van de Memphis’ blues man Walter E. "Furry" Lewis is …

Is “Juba Dance” ergens een tribute album?

Hoe bedoel je?
Een tribute aan Muddy Waters, Sonny Terry, Reverend Robert Wilkins, JL Hooker…?
Niet alleen dit album, maar al mijn albums zijn in zekere zin, ergens tribute albums.
Als ik aan een album begin is er geen concept klaar. Ik weet niet precies wat ik ga opnemen, zingen of horen. Als ik na de opnamen opnieuw naar de nummers luister, komt er een concept en weet ik waar ik zou willen eindigen.

Hier geldt ook de filosofische uitspraak [van Aristoteles]: “Het geheel is meer dan de som van de delen”. De nummers die je wil gaan opnemen, worden pas belangrijk als het album klaar is. Als je een album opneemt, is de impact van de nummers die opgenomen gaan worden, niet zo groot. Fabrizio die de producer was en de ingenieurs in de studio, bepalen het eindresultaat, de echte impact. Zij zijn de koks…   

Op het album staat er maar één opname met “The Blind Boys of Alabama” (“See That My Grave Is Kept Clean”). Waarom maar één enkele en waarom op deze track?

Ik mag me gelukkig noemen, dat er één song op staat. Dank zij Fabrizio, die “the Blind Boys” [Jimmy Carter, Ben Moore, Eric “Ricky” McKinnie & Joe Williams / nvdr] kende , is ons dat gelukt.

De song is in Bergamo opgenomen en daarna digitaal (als mp3 denk ik) naar de studio [in Atlanta, GA / nvdr] gestuurd. Daar zongen “the Blind Boys” hun deel in en stuurden men alles weer digitaal terug.

Ik speelde het nummer op gitaar deels majeur en deels mineur. Toen de opname terug kwam bleek dat zij hun zang enkel deden in mineur… Toen we in de studio zaten en naar het eindresultaat luisterden, wou ik niets veranderen, omdat het mooi klonk. De klank ingenieur heeft enkel mijn “majeur delen” afgezwakt en is er extra een banjo toegevoegd.  

Wat houd je buiten muziek nog bezig? Interesses?

(Na alweer wat getreuzel en verbijstering) Ik kan moeilijk zeggen “mooie vrouwen”… Ik ben daar mee bezig, op ogenblikken dat ik me gekwetst voel.

Goeie vraag!... Waar ben ik nog mee bezig?...
Uitrusten, ontspannen… Ik ben graag onderweg en ik treed graag op. Dat vraagt heel veel energie van me. Het beste wat ik me zelf kan geven, is ontspanning en ... slapen (Davis snurkt enkele keren nadrukkelijk).  

Laatste vraag: Heb je door de muziek dingen over jezelf geleerd?

Is dat de tweede laatste vraag?

Dat er altijd mogelijkheden zijn om het de volgende keer beter te doen.

Over mezelf leer ik, dat ik misschien wel te veel met mezelf bezig ben. Ik denk dat ik eens een nummer moet gaan schrijven, over een wanhopig iemand. Ik moet dan die song omarmen en door mijn gezicht wrijven en mijn ziel er mee wassen, om te weten te komen wat de waarheid is. Ik moet de waarheid zien te vinden!…

Wat ik leer, is dat ik door de muziek sterker ben geworden, als ik kwetsbaar ben. Eens dat de muziek mijn muziek geworden is, kan ik opstijgen van hier. Als ik weet dat ik het publiek met een song behaag, dan weet ik dat ook het publiek even begeesterd is, dan ik zelf ben. Maar, (zo besluit hij bijna fluisterend, na meer dan dertig minuten) “There’s always room for improvement!...” (Beter kan altijd!)

(En toen werd het heel stil…)
(Davis eindigt met gelach en met…)
En nu zou ik gerust een Duvel lusten!  
  

Mr. Guy Davis, thank you for your time and thank you for your music!

Eric Schuurmans

meer foto's